Om de genezing van de breuk en de wond (indien u bent geopereerd), en het herstel van het
bewegen te volgen, wordt u meestal gecontroleerd in de polikliniek. U krijgt dan uitleg over het
herstel en instructies over de revalidatie.
U wordt mogelijk opgenomen in het ziekenhuis als het lopen en verplaatsen door de pijn niet mogelijk is. Afhankelijk van het soort breuk wordt beoordeeld of een operatie volgt. Indien u na de ziekenhuisopname nog niet zelfstandig genoeg bent om naar huis te gaan, dan wordt beoordeeld of u kunt revalideren in een instelling.
Indien u bent geopereerd, dan worden de hechtingen of nietjes na ongeveer 2 weken verwijderd
op de polikliniek van het ziekenhuis, in de revalidatieinstelling waar u tijdelijk verblijft of door
de huisarts. U kunt de wond afspoelen onder de douche. Laat de wond eerst opdrogen voordat u
er een pleister opdoet.
Door het letsel en/of de operatie is het gebied rondom het bekken gezwollen en kunt u pijn
hebben als u zit, ligt of staat op het been aan de kant van de bekkenbreuk. Is het bekken aan
beide kanten gebroken dan heeft u mogelijk pijn bij het belasten van beide benen. Ook slaapt u
misschien slecht omdat het liggen en het veranderen van houding pijnlijk is. U kunt
pijnmedicatie nemen, bespreek dit met uw behandelend arts. Gaandeweg wordt de pijn minder.
In deze fase is het normaal dat u hulp nodig heeft bij het wassen en aankleden en bij het
verplaatsen. De eerste dagen kost het veel inspanning om in en uit bed te komen. Door de pijn
kunt u nog weinig steunnemen op het been aan de kant van de bekkenbreuk(en) en heeft u een
loophulpmiddel nodig. U kunt een paar passen maken naar een stoel of een korte afstand lopen
naar het toilet. Gaandeweg neemt de pijn af en komt u makkelijker uit bed. U kunt u het
gewicht beter verdelen over beide benen en verder lopen. Voor het herstel is het belangrijk
regelmatig uit bed te komen en kleine afstanden te lopen. U loopt bijvoorbeeld naar het toilet
en zit op een stoel tijdens de maaltijden. Het is belangrijk dat u veilig en stabiel loopt.
U oefent samen met de fysiotherapeut om weer zelfstandig in en uit bed te komen, van zit tot
stand te komen en te lopen met een loophulpmiddel. Indien nodig oefent u het traplopen.
Samen met de fysiotherapeut bepaalt u welk loophulpmiddel het meest geschikt is voor u.
In bijlage 1 (zie pagina 4) staan oefeningen die u eerst met uw fysiotherapeut kunt doen en later
zelfstandig. Deze oefeningen zijn bedoeld om de bekken- en beenspieren weer te gebruiken en
de houding tijdens het zitten, staan en lopen te verbeteren. Niet alle oefeningen kunt u krachtig
uitvoeren, dat is normaal. Het is belangrijk dat u uzelf geen pijn doet en de beweging niet
forceert. Met de tijd zal het steeds beter gaan en kunt u het oefenen uitbreiden.
De pijn wordt langzaam minder. Het is normaal dat u meer klachten heeft aan het einde van de
dag. U doet immers meer. Heeft u in de ochtend nog steeds veel pijn, dan heeft u overdag
mogelijk teveel geoefend, gelopen of te lang gezeten.
Het bewegen gaat steeds beter. U kunt zelfstandig in en uit bed komen en makkelijker opstaan
uit een stoel en verder lopen met een loophulpmiddel. Ook lukt het traplopen met bijstappen en
bijvoorbeeld 1 kruk. U kunt beter steunnemen op beide benen, maar u heeft nog steun nodig om
stabiel te staan. In het begin van deze fase loopt u vooral in huis, maar gaandeweg kunt u veilig
buiten lopen. Bespreek dit met uw fysiotherapeut.
In deze fase worden zware activiteiten (tillen, zware krachtraining) afgeraden. Om de conditie
te verbeteren kunt u bijvoorbeeld op geleide van pijn fietsen op een hometrainer of de
loopafstand uitbreiden. Vragen over het autorijden bepreekt u met de arts van uw
schadeverzekering.
Samen met de fysiotherapeut oefent u om de bekken- en beenspieren te versterken en de
houding tijdens het zitten, staan en lopen te verbeteren. De oefeningen in bijlage 2 (zie pagina
10) kunt u hiervoor gebruiken. De oefeningen uit bijlage 1 kunt u blijven doen. Het is belangrijk
dat u tot de pijngrens beweegt en de beweging niet forceert. Het heeft geen zin uzelf pijn te
doen. Als een oefening te pijnlijk is dan probeert u minder kracht te zetten of u slaat deze over.
U merkt dat de klachten langzaam afnemen. Als de pijn erger wordt is het belangrijk gas terug
te nemen. Bijvoorbeeld door minder ver te lopen, minder intensief te oefenen of meer rust te
nemen op de dag. Ook kunt u pijn hebben doordat u ‘waggelt’ of mank loopt. Het advies is om
dan te lopen met een loophulpmiddel.
In deze fase lukt het om lichte huishoudelijke taken te doen, zoals staand koken of afwassen.
Zware (huishoudelijke) taken zoals stofzuigen of boodschappen tillen kunnen nog klachten
geven. Het is verstandig pas zonder hulpmiddel te lopen als u veilig en stabiel staat en niet mank
loopt. Het herstel verschilt per persoon. Sommigen gebruiken bijvoorbeeld geen loophulpmiddel
bij korte afstanden (binnen), maar bij lange afstanden (buiten) wel. Het is normaal dat u nog
niet de hele dag op pad kunt zijn. Afhankelijk van uw werkzaamheden kunt u volledig of
gedeeltelijk op geleide van pijn weer werken. Bepreek dit met uw behandelend arts.
Loopt u nog niet stabiel omdat u onvoldoende kracht heeft, is het advies kracht- en coördinatie
oefeningen te doen onder begeleiding van een fysiotherapeut. Meestal is het trainen met lichte
weerstand of eigen lichaamsgewicht voldoende. U kunt de oefeningen in de bijlagen blijven
doen en eventueel meer herhalingen maken.
Gaandeweg zullen de klachten afnemen. Het is belangrijk uw grenzen op te zoeken, maar niet te
overbelasten.
U merkt dat u sterker wordt. U kunt krachtiger opstaan uit een stoel, veilig en stabiel staan en u
heeft misschien geen loophulpmiddel meer nodig. De loopafstand wordt groter en u heeft
minder rust nodig. Liep u voor de breuk met een loophulpmiddel vanwege problemen met de
balans of andere klachten, dan blijft u dit doen eventueel in overleg met uw fysiotherapeut. U
kunt buiten fietsen als u normaal gesproken zonder hulpmiddel loopt en veilig op en af kunt
stappen. U kunt uw werk op geleide van pijn volledig of gedeeltelijk weer hervatten.
Als u steeds actiever bent en u loopt stabiel en zonder pijn, dan is fysiotherapie niet
noodzakelijk. Heeft u nog klachten en kunt u daarom uw dagelijkse activiteiten of
werkzaamheden niet hervatten, dan heeft u mogelijk nog begeleiding nodig van een
fysiotherapeut. Het soort oefeningen is afhankelijk van uw dagelijkse bezigheden en welke
klachten u nog heeft van de breuk(en).